|
De route op de Shetland- en Orkney-eilanden.
|
Noordzeefietsroute
Shetland en Orkney
Woensdag 30 juni, Lerwick, 45 km.
We komen één uur in de ochtend in Lerwick aan. Het hek van de camping is open en de deuren van het toiletgebouw, waar je normaal een sleutel voor moet hebben, staan op een kier. Er is duidelijk rekening gehouden met de boot.
We slapen uit en gaan het stadje in en wagen ons daarna aan een wandeling, die zoals gewoonlijk ontaardt in een ontdekkingstocht en natte voeten. Het begint te regenen om niet meer op te houden.
|
|
De kliffenkust van Bressay.
|
|
|
Broedende Noordse Stormvogels.
|
De volgende ochtend regent het nog steeds, we besluiten nog een dagje te blijven. Na de middag wordt het droog. We maken een boottocht rond het eiland Bressay dat voor de kust van Lerwick ligt. Het gaat langs kliffen waarop vogels in groten getale broeden en we zien ook veel zeehonden dichtbij. Spectaculair; 30 pond per persoon, maar zijn geld dubbel en dwars waard.
Vrijdag 2 juli, Lerwick - Voe, 93 km
Mooi zonnig weer. We klimmen Lerwick uit en dalen af naar de westkust van Mainland met een prachtig vergezicht op White Ness.
|
|
White Ness
|
De vele kerken en kerkjes van een veelheid aan genootschappen waren ons al direct opgevallen. In het eerste dorpje dat we aandoen treffen we een wel zeer vroom uitziende bus aan. Op de achterkant prijkt:
|
|
De bus van broeder Clifford.
|
|
STREETS OF GOLD
PRAYER SANCTUARY
DON'T FOLLOW ME, FOLLOW JESUS
I MAY BE SLOW
I MAY BE STEADY
I AM GOING TO HEAVEN
BUT ARE YOU READY?
|
Als ik foto's neem van het vehikel wordt mij een prentbriefkaart met foto's van de bus en een foldertje in de hand gedrukt door broeder Clifford. Hij blijkt uit Noord Ierland te komen en trekt iedere zomer "wherever the Lord tells him to go".
|
|
Afdaling naar Gonfirth.
|
|
|
Gonfirth.
|
Onder indrukwekkende luchten rijden we verder noordwaarts naar Voe. Daar staat een zogenaamde böd, een oud gebouw dat ingericht is als eenvoudige overnachtingsmogelijkheid.
|
Olieoverslag bij Graven met een stapel turf op de voorgrond.
|
We laten daar onze bagage achter en maken nog een rondje naar het noorden van Mainland. Een wijds landschap zonder bomen, het heeft wel iets van Ierland, echter de kust is veel grilliger.
Bij Graven komen we een aardig contrast tegen. Een groot olie-terminal met op de voorgrond stapels versgestoken turf.
Zaterdagdag 3 juli, Voe - Levenwick, 65 km.
|
|
Kerk en pastorie van Tingwall.
|
|
Camping op Levenwick. Hier zag Tanja een schaap over de tent van de buren springen!
|
We rijden langs de oostkust terug naar het zuiden. Het blijft allemaal even mooi. Ook het stukje hoofdweg valt niet erg tegen. Na Tingwall, waar vroeger de volksvergaderingen gehouden werden, gaan we via een erg mooie weg langs een meer naar Scalloway. Dan volgt een drukke weg naar de kleine, hooggelegen, camping van Levenwick met uitzicht over zee.
Zondag 4 juli, Levenwick - Sumburgh Head - Levenwick, 43 km.
|
|
Papegaaiduikers op Sumburgh Head |
|
|
Een oude misthoorn op Sumburgh Head |
Vanuit Levenwick verkennen we het zuidelijkste puntje, Sumburgh Head. Dit is een vuurtorencomplex hoog op de rotsen, met steile kliffen. Naast veel andere soorten zeevogels zitten er veel papegaaiduikers. Ze zijn heel tam, soms komen ze op 4 m. afstand.
Het is een uitgebreid complex, gedeeltelijk in verval; wat onder meer opvalt zijn de restanten van een enorme misthoorn. We fietsen terug langs de westkust. Een smal weggetje langs een meer dat in verbinding staat met de zee, daarna klimmen we en zien onder ons baaien met glashelder water. Van boven af zien we zeehonden onder water zwemmen.
|
|
Tussen Scousburgh en Bigton. |
|
|
Bij Scousburg aan westkust
|
Maandag 5 juli, Levenwick - Lerwick - boot Kirkwall, 36 km.
We luieren wat, breken op en fietsen naar Lerwick, nemen een fish and chips als maaltijd en gaan op de boot naar de Orkneys. Die gaat niet meer naar Stromness als de routebeschrijving aangeeft maar naar Kirkwall. Tanja zit achter een Murphy's Draught Irish Stout met nootjes als Fair Isle verbijschuift. Na aankomst vinden we in het donker vlot de camping. We zien tenten van Nico en Marja en Pieter en Ethel staan.
We gebruiken de volgende dag om Kirkwall te bekijken en in de bibliotheek onze derde rondzendbrief naar het thuisfront te versturen.
|
|
Het eilandje Gairsay.
|
Woensdag 7 juli, Kirkwall - Evie, 46 km.
Omdat we niet in Stromness aangekomen zijn, maar in Kirkwall, wijzigen we de route over het eiland. We rijden over Finstow langs de noordkust van Mainland naar Evie, op de kaart Stenso genoemd. We kunnen merken dat we richting zuiden gaan want we zien een, weliswaar verwaaide, palm in een tuin staan. We vinden een intiem campinkje waar slechts tenten toegelaten worden. Ik ga nog op pad om naar Roodkeelduikers te zoeken. Die zouden hier bij een meertje iets landinwaarts broeden. Ik heb geluk, ze zijn er.
De Orkney-eilanden zijn veel meer in cultuur gebracht dan de Shetland-eilanden. De schapen hebben grotendeels plaats gemaakt voor koeien.
Donderdag 8 juli, Evie - Stromness, 46 km
De noord- en westkust zijn prachtig.
|
|
Het plaatsje Birsay met het schiereilandje Brough Head.
|
Rotswanden afgewisseld met strandjes. We komen langs het beroemde opgegraven steentijddorp Skara Brae en nemen de tijd om het te bezoeken. Ernaast ligt een landhuis dat niet meer bewoond wordt maar nog kompleet ingericht is met veel persoonlijke attributen van de laatste bewoners. Een beetje benauwend en nogal burgerlijk. We nemen de weg tussen twee grote meren door, om een grote steencirkel te bezoeken.
|
|
Uitzicht vanaf de camping in Stromness.
|
Dat is geen genoegen want het krioelt van de mensen die met busladingen aangevoerd worden.
Stromness blijkt een van de leukste dorpen die we deze reis gezien hebben. Het is langgerekt langs het water gebouwd; de tijd lijkt er stilgestaan te hebben. De camping ligt op een smalle landtong. Allerlei zeevogels en Noordse Sterns vliegen af en aan, bijvoorbeeld Grote en Kleine Jagers. We zitten aan de rand van het water te eten. Plotseling duikt een Roodkeelduiker op, nog geen 5 meter uit de kant, wat verder duikt een zeehond op.
Vrijdag 9 juli, Stromness - John o' Groats, 72 km
|
Sneeuwwitje is hier erg populair.
|
|
|
Het kerkje van Burwick.
|
We willen via Kirkwall naar de zuidpunt van de Orkneys om over te varen naar het vasteland van Schotland. Tot Kirkwall blijft de weg erg rustig, het landschap is mooi golvend. Heuveltoppen zijn niet in cultuur gebracht en zijn begroeid met heide en varens. Na Kirkwall gaan we richting zuiden. Het wordt steeds verlatener. We rijden over een aantal dammen, de Churchill barriers die in WO II tussen kleine eilanden gelegd zijn om vijandelijke duikboten de weg te versperren. Ze zijn aanvankelijk aangelegd door het laten zinken van schepen. Een gedeelte van de wrakken ligt er nog. Het haventje Burwick voor de veerboot naar John o'Groats bestaat uit niet meer dan een spookachtige, verlaten boerderij en een kerkje met kerkhof, dat nog steeds onderhouden wordt.
Bij de boot zijn we de enigen en er hangt geen dienstregeling, zodat we in onzekerheid verkeren of er nog een boot komt. Na een poosje komen er wat mensen aan die ook de boot blijken te moeten hebben, we zijn opgelucht. Er verschijnt nog een bus met dagjesgasten. De boot blijkt een oude roestbak en is schandalig duur, 18 pond per persoon voor een overtocht van nog geen veertig minuten. De overtocht is wel mooi. Er vliegen zeevogels, waaronder veel papegaaiduikers langs.
We stappen in John o'Groats in
Schotland aan land. De goed georganiseerde camping is vlak bij de aanlegsteiger. De tent zetten we op in de beschutting van een walletje, omdat het hard waait vanuit zee. Met spijt laten we de mooie plekjes aan zee, met prachtig uitzicht, voor wat ze zijn.
Laatst gewijzigd (M/D/J):